Onderbouwmodule K Kwantitatief opdracht 3.6 na
vraag e
a. Hoeveel gram zwavel reageert er volgens jou met 5,00 gram
koper?
Je
kunt je antwoord op a grafisch controleren.
b. Zet in het diagram op werkblad 3-5w de hoeveelheid zwavel
vóór de reactie (uit kolom 2) uit tegen de echt verdwenen hoeveelheid zwavel
(uit kolom 4). Zet een kruisje op het snijpunt.
c.
Verbind de kruisjes van b met twee rechte lijnen.
d. Lees uit het diagram af hoeveel gram zwavel er maximaal
reageert met 5,00 gram koper.
e.
Klopt dat met je antwoord op a?
Overleg
met je begeleider over je antwoorden op a en d.