Onderbouwmodule K Kwantitatief opdracht 3.2 na vraag h

 

 

 

Je kunt wel de nieuwe stof van het overgebleven koper-
(draadje) afkrabben. Het overgebleven koper kun je dan we-gen. Er blijkt in dit geval 1,75 gram koper over(maat) te zijn.

 

e. Bereken hoeveel gram er in dit geval van de 5,00 gram koper verdwenen moet zijn.

 

Omdat je de massa kent van de nieuwe stof sámen met het overgebleven koper (dat is 5,93 gram), kun je nu ook berekenen hoeveel gram nieuwe stof er ontstaan is.

f. Bereken hoeveel gram nieuwe stof er in dit geval ontstaan is.

 

Je kent ook de massa van het koper dat verdwenen is (3,25 gram, controleer of je dit bij e ook gevonden hebt) en van de zwavel die verdwenen is (0,93 gram).

g. Bereken hoeveel gram koper en zwavel er samen verdwenen zijn.

 

h. Wat valt je op aan de antwoorden op f en g?

 

Overleg met je begeleider over je antwoord op h.

 

http://youtu.be/rtUlqpEJnw8