Toelichting
bij bb-module 10 vwo “Milieu en evenwicht”
Algemeen
Deze vwo-module 10 volgt op (lichtblauwe) brugmodule 7 “Redoxreacties”, (oranjerode) module 8 “Ontwikkelen van wetenschap” en (blauwe) module 9 “Toepassen van deeltjesmodellen
Practicum
1
In het kader van eindterm 5 uit subdomein F3 worden elektrochemische cel/batterij/brandstofcel op een rijtje gezet. In het nieuwe examenprogramma lijkt redox op die toepassingen toegespitst te worden.
Weliswaar wordt blauwe energie in het examenprogramma niet genoemd maar het is actueel en interessant als introductie voor (redox)evenwichten.
In practicum 1A is een bewerking van een oude examenopgave over een methanolbrandstofcel opgenomen.
Practicum
2
Dit practicum bestrijkt de eindtermen uit de subdomeinen G2: Milieueffectrapportage en G3: Energie en industrie (en ook eindtermen uit de subdomeinen F2: Groene chemie en F3: Energieomzettingen).
Eindtermen/specificaties zoals reformen en kolenvergasser die in de havo/vwo-modulen niet aan de orde zijn geweest worden nu geïntroduceerd. Eindtermen/specificaties die wel aan de orde zijn geweest worden herhaald.
Lees
de tekst van de eindtermen van de genoemde domeinen. Zo moeten in de
context van duurzaamheid vergelijkingen gemaakt worden en beargumenteerde
oordelen gegeven worden.
Zie bijvoorbeeld 2.7 vraag d en e en ook opdracht 2A.4 in practicum 2A.
Het verdient aanbeveling om in toetsen dit soort vragen in te bouwen.
Practicum
4
Hier (4.8e en f) bestaat de mogelijkheid om (werken met) volumepipet en maatkolf te introduceren (als dat nog niet gebeurd is en als je daar in de volgende practica mee wilt laten werken).
Practicum
5
Na vraag 5.3c beslissen of met maatkolf dan wel met volumepipet gewerkt moet worden.
Practicum
6
Bij vraag 6.6j beslissen of leerlingen met de abc-formule moeten kunnen/leren werken. Bij de pilotexamens hoefde dat niet, ook bij de traditionele examens komt het de laatste jaren niet meer voor en ook niet in het voorbeeldexamen 2016.
Maar lees de specificatie 5 bij subdomein C5 Evenwichten:
5. De kandidaat kan van een
oplossing met bekende concentratie van een zuur of van een base de pH berekenen
of omgekeerd uit de pH de concentratie berekenen.
·
sterk zuur;
·
éénwaardig zwak zuur;
·
sterke base;
·
éénwaardige zwakke base.
Practicum
6A
Opdracht 6.3 is een opgave uit het voorbeeldexamen.